Thema's

Wat voor thema’s kunnen aan bod komen? Hieronder informatie per thema: media-empowerment; online houding en gedrag; online privacy; sociale media; nepnieuws; commercie; sexting; gaming; online pesten. 

Aangezien de ontwikkelingen razendsnel gaan kunnen ook thema’s 
van het ene op het andere moment veranderen. Daarom werken wij in ieder geval met de methode van ‘Media-Empowerment’. Ook daarover lees je hieronder meer. 

Media-Empowerment

Media-empowerment ontwikkeld door Esther Rozendaal, is een methode die kan helpen bij de ontwikkeling tot een zelfstandige, actieve en bewuste mediaconsument. Het zorgt ervoor dat iedereen minder gevoelig is voor risico’s die (online) media met zich meebrengen zodat men kan profiteren van kansen. Er wordt uitgegaan van een aanpak die de gebruiker meer controle geeft over de invloed die media heeft op gevoelens, gedachten en gedrag. Autonomie staat hierbij centraal en het gaat erom dat men leert vanuit eigen kracht na te denken en keuzes te maken zodat regie over eigen mediagedrag kan worden behouden. 

Media-empowerment bestaat uit vier kwaliteiten:
  1. Kennis (weten): onder andere begrijpen wat media zijn en hoe/door wie het gemaakt wordt, begrijpen dat media de werkelijkheid kunnen kleuren, begrijpen hoe je media-apparatuur en – toepassingen kunt gebruiken en ook kan inzetten om bepaalde doelen te bereiken en begrijpen hoe je zelf media-content kunt creëren. 
  2. Intuïtie (voelen): kunnen voelen en noemen wat media met je doen. 
  3. Vaardigheid (doen): het zelfvertrouwen hebben én in staat zijn om actief en bewust met media om te gaan. 
  4. Motivatie (willen): intrinsiek gemotiveerd zijn om actief en bewust met media om te gaan. 

De informatiesamenleving waarin we allemaal leven vraagt om bepaalde vaardigheden: de 21st century skills. Deze zijn gericht op het vermogen om zelfstandig allerlei afwegingen, oordelen en beslissingen te kunnen maken. Hoe kritisch je bent naar online content hangt onder andere samen met hoe je denkt over bepaalde onderwerpen of posts: Heb je voldoende informatie?; Zoek je graag naar andere oorzaken?; Heb je respect voor standpunten van anderen en ben je bereid om daar ook eens over na te denken? Zijn dit dingen die je vooral online doet en zou je dat ook in het ‘echte leven’ doen? Is er verschil in hoe we online en offline met elkaar omgaan?

Online houding
& gedrag

Online Privacy

Als burger moeten we online leven omdat de overheid diensten digitaliseert. Niet voor niets noemt de Consumentenbond dit de ‘Digidwang’: postkantoren, bankfilialen en winkels worden gesloten en een digivaardige burger doet alles online. Het is daarom heel logisch dat regelmatig dilemma’s rondom online privacy opdoemen.

Bepaalde onderwerpen zijn best wel privé, maar in de huidige deeleconomie ligt veel persoonlijke informatie (uit eigen vrije keuze of uit onwetendheid) op de ‘digitale straat’. Ook intimiteit wordt anders beleefd dan in de tijd vóór internet en sociale media. Het is eigenlijk best lastig om je te beseffen hoe het gesteld is met je privacy. Zo worden instellingen van apps zomaar veranderd en kunnen sociale media platforms verdwijnen of opgaan in andere.

Het valt op dat steeds meer burgers zorgen hebben over online privacy (denk aan hacking, identiteitsfraude of phishing en pharming) maar dit heeft vaak maar weinig invloed op hun online gedrag. Hoe zijn privacy en online bezigheden eigenlijk met elkaar te rijmen?

Wanneer we spreken over sociale media bevinden we ons in een puberende samenleving. Vaak doen we maar wat en onderschatten we de impact. Sociale media is een verzamelnaam voor alle internettoepassingen waarmee het mogelijk is om informatie met elkaar uit te wisselen op een gebruiksvriendelijke en vaak leuke wijze. Het gaat niet alleen om informatie in de vorm van tekst (nieuws en artikelen), maar ook over geluid (podcasts en muziek) en beeld (fotografie en video) dat kan worden gedeeld via sociale media. De kern van sociale media is dan ook delen, delen, en nog eens delen. Deze soorten media stellen je in staat om te socialiseren met andere gebruikers, bekende voorbeelden van grote internationale sociale media platforms zijn: Twitter, LinkedIn, Facebook, Instagram, Pinterest, Snapchat, YouTube, WhatsApp & Skype.

Sociale Media

Nepnieuws

Tegenwoordig zijn we niet langer afhankelijk van bepaalde sleutelfiguren die ons informatie leveren. Informatie is namelijk overal op internet en alles kan altijd even gecheckt worden. Mocht je het gevonden hebben, dan kun je het ook nog snel delen met anderen. Maar weet je zeker dat het de waarheid is? Wie bepaalt eigenlijk wat waarheid is? Verspreid je nu zelf ook nepnieuws? Grenzen tussen advertenties en echt- of nepnieuws vervagen. Het wordt daardoor steeds moeilijker om ze uit elkaar te houden en een gefundeerde mening te vormen. De oneindige stroom aan beelden, boodschappen en informatie maakt het noodzakelijk dat iedereen vaardig genoeg is om deze te beoordelen: zoek de bron op, onderzoek deze en vergelijk informatie met andere vergelijkbare bronnen. Want als we nepnieuws als waarheid aannemen, is het hartstikke moeilijk om je mening op de juiste manier te vormen. Maar waarom wordt nepnieuws eigenlijk gemaakt? Welke tips & trics zijn er om het te herkennen?

Commercie, zo ook (sluik)reclame, heeft een enorme invloed op hoe media eruit ziet en beïnvloedt daarmee iedereen. Het bedrijfsleven heeft de jeugd 20 jaar geleden al gedefinieerd als een steeds belangrijkere en interessante doelgroep voor hen. Maar tegelijkertijd wordt ook onderkend dat kinderen een kwetsbare doelgroep zijn omdat zij nog niet beschikken over alle vaardigheden die hen tot bewuste en kritische consumenten maken.

Zo bestaat er sinds 2017 de Social Code: Youtube. Hierin staan richtlijnen die je helpen om reclame in online video’s zichtbaar te maken zodat bezoekers zich bewust kunnen zijn van online beïnvloeding.

Commercie

Sexting

Sexting is het delen of verspreiden van seksueel getinte foto’s of berichten via online media. De term is afgeleid van de engelse woorden sex (verwijst naar de seksuele inhoud) en texting (sms/mms). Jongeren communiceren en delen steeds meer via sociale media en daarmee is de drempel voor sexting lager dan voorheen. Het maken van een foto is zo gebeurd, net als het doorsturen ervan. Jongeren denken vaak niet goed na over wat er allemaal met de foto kan gebeuren of wat de gevolgen van een actie zijn. Ervaringsdeskundige Francien Regelink vermoedt dat sexting onder jongeren alleen nog maar zal toenemen. “Het is een nieuwe manier van digitaal aftasten. Het hoort bij deze tijd van Whatsappen en Snapchat.” Als deze nieuwe vorm van aftasten erbij hoort, hoe kunnen jongeren dan verantwoord doen aan sexting?

Wat mensen elkaar kunnen aandoen blijkt vaak een pijnlijke verrassing. Via internet een ander uitschelden, op sociale media vrienden tegen elkaar opzetten, anderen bedreigen in een bericht of elkaars computers hacken en infecteren met een virus zijn vandaag de dag veelvoorkomende situaties. Via internet is het makkelijker om te pesten, te schelden en te roddelen omdat er vaak niemand is die direct verhaal komt halen. Hierdoor lijkt het alsof er in de digitale wereld geen grenzen bestaan, terwijl de jeugd die grenzen juist opzoekt. Hierdoor kan het soms heel erg mis gaan. Wat voorheen als pesten werd betiteld wordt nu vaak gezien als (het recht op) vrije meningsuiting, of: “gewoon kunnen zeggen wat je vindt.” Maar is dat zo?

Online pesten

Gaming

Een game verschaft toegang tot een volledig andere wereld, logisch dat gaming zo populair is! Met alle technologische mogelijkheden kan iemand zich geheel verliezen in deze virtuele werelden. Martijn Koops, lerarenopleider natuurkunde en auteur van het boek Gamedidactiek vertelt: “Een spel zuigt je naar binnen. Je maakt dingen mee die je niet in woorden stopt, maar die je voelt en beleeft. Zie een spel ook als een veilige omgeving waar je iets kunt proberen, of een competitie kunt inbouwen. Een spel is intrinsiek vrijwillig: als het moet is het geen spel meer.” Plezier kan omslaan in obsessie en een hobby kan een verslaving worden. Want wanneer kan iemand ‘gameverslaafd’ genoemd worden? Hoe ga je om met de behoefte van jongeren om te gamen?

Media-Empowerment

Media-empowerment ontwikkeld door Esther Rozendaal, is een methode die kan helpen bij de ontwikkeling tot een zelfstandige, actieve en bewuste mediaconsument. Het zorgt ervoor dat iedereen minder gevoelig is voor risico’s die (online) media met zich meebrengen zodat men kan profiteren van kansen. Er wordt uitgegaan van een aanpak die de gebruiker meer controle geeft over de invloed die media heeft op gevoelens, gedachten en gedrag. Autonomie staat hierbij centraal en het gaat erom dat men leert vanuit eigen kracht na te denken en keuzes te maken zodat regie over eigen mediagedrag kan worden behouden. 

Media-empowerment bestaat uit vier kwaliteiten:
  1. Kennis (weten): onder andere begrijpen wat media zijn en hoe/door wie het gemaakt wordt, begrijpen dat media de werkelijkheid kunnen kleuren, begrijpen hoe je media-apparatuur en – toepassingen kunt gebruiken en ook kan inzetten om bepaalde doelen te bereiken en begrijpen hoe je zelf media-content kunt creëren. 
  2. Intuïtie (voelen): kunnen voelen en noemen wat media met je doen. 
  3. Vaardigheid (doen): het zelfvertrouwen hebben én in staat zijn om actief en bewust met media om te gaan. 
  4. Motivatie (willen): intrinsiek gemotiveerd zijn om actief en bewust met media om te gaan. 

Online houding & Gedrag

De informatiesamenleving waarin we allemaal leven vraagt om bepaalde vaardigheden: de 21st century skills. Deze zijn gericht op het vermogen om zelfstandig allerlei afwegingen, oordelen en beslissingen te kunnen maken. Hoe kritisch je bent naar online content hangt onder andere samen met hoe je denkt over bepaalde onderwerpen of posts: Heb je voldoende informatie?; Zoek je graag naar andere oorzaken?; Heb je respect voor standpunten van anderen en ben je bereid om daar ook eens over na te denken? Zijn dit dingen die je vooral online doet en zou je dat ook in het ‘echte leven’ doen? Is er verschil in hoe we online en offline met elkaar omgaan?

Online Privacy

Als burger moeten we online leven omdat de overheid diensten digitaliseert. Niet voor niets noemt de Consumentenbond dit de ‘Digidwang’: postkantoren, bankfilialen en winkels worden gesloten en een digivaardige burger doet alles online. Het is daarom heel logisch dat regelmatig dilemma’s rondom online privacy opdoemen.

Bepaalde onderwerpen zijn best wel privé, maar in de huidige deeleconomie ligt veel persoonlijke informatie (uit eigen vrije keuze of uit onwetendheid) op de ‘digitale straat’. Ook intimiteit wordt anders beleefd dan in de tijd vóór internet en sociale media. Het is eigenlijk best lastig om je te beseffen hoe het gesteld is met je privacy. Zo worden instellingen van apps zomaar veranderd en kunnen sociale media platforms verdwijnen of opgaan in andere.

Het valt op dat steeds meer burgers zorgen hebben over online privacy (denk aan hacking, identiteitsfraude of phishing en pharming) maar dit heeft vaak maar weinig invloed op hun online gedrag. Hoe zijn privacy en online bezigheden eigenlijk met elkaar te rijmen?

Sociale Media

Wanneer we spreken over sociale media bevinden we ons in een puberende samenleving. Vaak doen we maar wat en onderschatten we de impact. Sociale media is een verzamelnaam voor alle internettoepassingen waarmee het mogelijk is om informatie met elkaar uit te wisselen op een gebruiksvriendelijke en vaak leuke wijze. Het gaat niet alleen om informatie in de vorm van tekst (nieuws en artikelen), maar ook over geluid (podcasts en muziek) en beeld (fotografie en video) dat kan worden gedeeld via sociale media. De kern van sociale media is dan ook delen, delen, en nog eens delen. Deze soorten media stellen je in staat om te socialiseren met andere gebruikers, bekende voorbeelden van grote internationale sociale media platforms zijn: Twitter, LinkedIn, Facebook, Instagram, Pinterest, Snapchat, YouTube, WhatsApp & Skype.

Nepnieuws

Tegenwoordig zijn we niet langer afhankelijk van bepaalde sleutelfiguren die ons informatie leveren. Informatie is namelijk overal op internet en alles kan altijd even gecheckt worden. Mocht je het gevonden hebben, dan kun je het ook nog snel delen met anderen. Maar weet je zeker dat het de waarheid is? Wie bepaalt eigenlijk wat waarheid is? Verspreid je nu zelf ook nepnieuws? Grenzen tussen advertenties en echt- of nepnieuws vervagen. Het wordt daardoor steeds moeilijker om ze uit elkaar te houden en een gefundeerde mening te vormen. De oneindige stroom aan beelden, boodschappen en informatie maakt het noodzakelijk dat iedereen vaardig genoeg is om deze te beoordelen: zoek de bron op, onderzoek deze en vergelijk informatie met andere vergelijkbare bronnen. Want als we nepnieuws als waarheid aannemen, is het hartstikke moeilijk om je mening op de juiste manier te vormen. Maar waarom wordt nepnieuws eigenlijk gemaakt? Welke tips & trics zijn er om het te herkennen?

Commercie

Commercie, zo ook (sluik)reclame, heeft een enorme invloed op hoe media eruit ziet en beïnvloedt daarmee iedereen. Het bedrijfsleven heeft de jeugd 20 jaar geleden al gedefinieerd als een steeds belangrijkere en interessante doelgroep voor hen. Maar tegelijkertijd wordt ook onderkend dat kinderen een kwetsbare doelgroep zijn omdat zij nog niet beschikken over alle vaardigheden die hen tot bewuste en kritische consumenten maken.

Zo bestaat er sinds 2017 de Social Code: Youtube. Hierin staan richtlijnen die je helpen om reclame in online video’s zichtbaar te maken zodat bezoekers zich bewust kunnen zijn van online beïnvloeding.

Sexting

Sexting is het delen of verspreiden van seksueel getinte foto’s of berichten via online media. De term is afgeleid van de engelse woorden sex (verwijst naar de seksuele inhoud) en texting (sms/mms). Jongeren communiceren en delen steeds meer via sociale media en daarmee is de drempel voor sexting lager dan voorheen. Het maken van een foto is zo gebeurd, net als het doorsturen ervan. Jongeren denken vaak niet goed na over wat er allemaal met de foto kan gebeuren of wat de gevolgen van een actie zijn. Ervaringsdeskundige Francien Regelink vermoedt dat sexting onder jongeren alleen nog maar zal toenemen. “Het is een nieuwe manier van digitaal aftasten. Het hoort bij deze tijd van Whatsappen en Snapchat.” Als deze nieuwe vorm van aftasten erbij hoort, hoe kunnen jongeren dan verantwoord doen aan sexting?

Gaming

Een game verschaft toegang tot een volledig andere wereld, logisch dat gaming zo populair is! Met alle technologische mogelijkheden kan iemand zich geheel verliezen in deze virtuele werelden. Martijn Koops, lerarenopleider natuurkunde en auteur van het boek Gamedidactiek vertelt: “Een spel zuigt je naar binnen. Je maakt dingen mee die je niet in woorden stopt, maar die je voelt en beleeft. Zie een spel ook als een veilige omgeving waar je iets kunt proberen, of een competitie kunt inbouwen. Een spel is intrinsiek vrijwillig: als het moet is het geen spel meer.” Plezier kan omslaan in obsessie en een hobby kan een verslaving worden. Want wanneer kan iemand ‘gameverslaafd’ genoemd worden? Hoe ga je om met de behoefte van jongeren om te gamen?

Online Pesten

Wat mensen elkaar kunnen aandoen blijkt vaak een pijnlijke verrassing. Via internet een ander uitschelden, op sociale media vrienden tegen elkaar opzetten, anderen bedreigen in een bericht of elkaars computers hacken en infecteren met een virus zijn vandaag de dag veelvoorkomende situaties. Via internet is het makkelijker om te pesten, te schelden en te roddelen omdat er vaak niemand is die direct verhaal komt halen. Hierdoor lijkt het alsof er in de digitale wereld geen grenzen bestaan, terwijl de jeugd die grenzen juist opzoekt. Hierdoor kan het soms heel erg mis gaan. Wat voorheen als pesten werd betiteld wordt nu vaak gezien als (het recht op) vrije meningsuiting, of: “gewoon kunnen zeggen wat je vindt.” Maar is dat zo?

vOLG JE ONS AL?